Hikmet Gürcüoglu

Hikmet Gürcüoglu

‘Onze worst is identiek aan het Turkse origineel.’

Nederlanders spreken het uit als afkorting, als K-O-C, maar er staat toch echt een accent onder de ‘C’. "Koç is het Turkse woord voor ram", legt Hikmet Gürcüoglu uit. "Een symbool voor mannelijkheid en eerlijkheid. Wij houden woord, in alle opzichten. Met ons product, onze prijs en de verkoop."

In 1978 kwam Fatih, de broer van Hikmet, vanuit het Turkse Bayburt naar Nederland en startte een halal slagerij in Den Haag. Met zijn ritueel geslachte vlees vulde hij een groeiend gat in de markt. Hij oogstte succes peper. Broer Seref kwam naar Nederland om te helpen en in 1980 vestigde ook Hikmet zich hier. Afgestudeerd als petroleum engineer aan de TU Delft, besloot hij om zich bij zijn broers in de vleeswaren te voegen. Nu, 35 jaar later, is de slagerij uitgegroeid tot een goedlopende worstfabriek en zoeken de broers een tweede vestiging voor hun deels Turkse, deels Westerse vleesproducten. "Het huidige pand houden we alleen om ons hoofdproduct sucuk te maken. Op de andere locatie maken we bijvoorbeeld boterhamworst en döner kebab."

Met behulp van de machines van Verbufa, lukt het KOÇ Vleeswaren om een steeds grotere productie te draaien. “We begonnen met een gebruikte cutter van 120 liter. Inmiddels gebruiken we er een van 750 liter en produceren we zo’n zeshonderd ton droge worst per maand.”

Het bedrijf wil Turkse consumenten binnen de Europese markt bedienen van exclusieve A-merk vleeswaren. “Het motto van mijn jongste broer Fatih is: wat je maakt moet identiek zijn aan het Turkse origineel. Moeite doe je toch, kosten maak je toch, dus maak het dan zoals het origineel. Daarin onderscheidt onze worst zich. En dat we 100% halal producten maken. Maar het is ook een drang naar succes. ‘Het is gelukt jongens’, dat is mooi om te kunnen zeggen.”